Skip to content Skip to navigation menu

Waarom een overgangsprofiel plaatsen tussen verschillende ruimtes?

Hiervoor moeten we even terugkoppelen naar de opbouw van laminaat. De kern van laminaat bestaat uit HDF (High density Fibreboard), wat impliceert dat een laminaatplank in ALLE richtingen zal bewegen. Doordat het een hygroscopisch product is, reageert deze op een wisselende relatieve vochtigheid (RH). Als gevolg hiervan zal de vloer tijdens de zomer vocht opnemen en uitzetten en tijdens de winter vocht afgeven en krimpen. Dit kan schommelingen tot 1mm per lengte meter met zich meebrengen. Daarnaast hebben nooit alle kamers het zelfde ‘klimaat’. Een kamer op het zuiden tegenover het noorden, een strijkkamer/berging, een master bedroom ten opzichte van logeerkamer, traphal… De vloer zal zich aan dit ‘klimaat’ aanpassen. Doordat deze met elkaar zijn verbonden over een breedte gelijk aan de deuropeningen kunnen er spanningen en kraken ontstaan wanneer het ene vloeroppervlakte meer beweegt dan het andere. Laminaat heeft als voordeel dat bij niet-dilateren de vloeren naderhand nog kunnen gescheiden worden en een overgangsprofiel geplaatst. Maar de moraal blijft: beter voorkomen dan genezen.

back to top

Vinylvloeren, waarom is een dilatatievoeg noodzakelijk?

De dimensionale stabiliteit van QS vinylvloeren is uitmuntend. De mogelijkheden worden hierdoor groter en wordt er nog meer aan de wensen en eisen van zowel ontwerpers als klanten voldaan.

Maar ook hier telt: goed begonnen is half gewonnen. Zorg voor een correcte acclimatisatie van de vinylvloer en voer de plaatsing enkel uit bij temperaturen tussen 18° en 30°C.

Wat betreft de dilatatievoeg gelden volgende regels:

  • Glue down vinyl: hier is geen dilatatie nodig, wat een super strakke plaatsing mogelijk maakt.
  • Click vinyl: geen dilatatievoegen nodig, ook niet bij grote oppervlaktes of tussen verschillende kamers
  • Dilatatievoeg tegen obstakels en wanden: voorzie minimaal 2 mm, bij voorkeur 4,5 mm.*

*Als Master Installer weet je als geen ander dat kaarsrechte wanden meer dan zeldzaam zijn en dat werken met dergelijke precisie geen sinecure is. Daarom raden we aan om met een dilatatievoeg te werken die precies gelijk is aan de dikte van de gebruikte vinylvloer.

Bij Quick-Step click vinyl is dit exact 4,5mm. Een fout die nog te vaak wordt gemaakt bij Click vinyl zijn ‘cutting corners’. D.w.z. dat de dilatatievoegen volgens de regels der kunst gerespecteerd worden, maar achteraf worden deze echter gedicht met silicone e.d. Belangrijk om te onthouden is dat een zwevende vloer, blijvend zwevend moet geplaatst worden. Wanneer het gaat om grotere bureeloppervlaktes of winkelruimtes waar de belasting varieert, kan je als Master Installer overwegen om toch een dilatatievoeg in te bouwen. Dit om de zwevende installatie te verzekeren en mogelijke problemen te voorkomen.

back to top

Waterresistent laminaat, hoe bekom ik een perfecte plaatsing?

De Quick-Step Hydroseal technologie maakt de plaatsing van laminaat in vochtige ruimtes (zoals keukens en badkamers) mogelijk. In de ‘volksmond’ wordt al snel gezegd dat deze gamma's ‘watervast’ zijn, maar enkel het oppervlak is waterresistent. Daarom is het bij de plaatsing belangrijk volgende zaken in rekening te brengen:

  1. Het gaat nog steeds om laminaat, dit wil zeggen dat de kern is opgebouwd uit HDF (high density fibreboard). HDF is en blijft hygroscopisch en moet dus altijd zwevend geplaatst worden.
  2. De voorspanning op de klikverbinding is essentieel om het waterresistant oppervlak te garanderen, een correcte plaatsing is belangrijk om deze te behouden en de waterresistentie te verzekeren.
  3. Het is belangrijk een uitzettingsvoeg van 8 mm te respecteren langs de wanden en dilatatievoegen in te bouwen bij grotere oppervlaktes. Toiletpotten, wastafelzuilen, douchebak e.d. zijn uitzonderingen omdat deze moeten worden gekit (gebruik hiervoor Quick-Step Hydrokit).
  4. In vochtige ruimtes wil men de (eventuele) insijpeling van vocht onder de plint voorkomen. Hiervoor gebruikt men vaak silicone, maar dan ligt de vloer vast!

Dit kan worden voorkomen door gebruik te maken van de Quick-Step PE-schuimstrip die in de uitzettingsvoeg kan worden gestopt. Daarna kan een dunne strip silicone, gebruik de Quick-Step Hydrokit, tegen de PE-schuimstrip aangebracht worden. Op die manier krijg je een perfecte afdichting én blijvende flexibiliteit die de zwevende plaatsing garandeert. Bijkomend kan eventueel ook nog een dunne strip tegen de onderkant van de plint aangebracht worden.

back to top

Wat zijn de meest geschikte zaagbladen voor onze vloeren?

Voor onze vinylvloeren is het antwoord eenvoudig: géén. Vinyl is dermate gemakkelijk te verwerken met een concaaf mes dat het zonde zou zijn om extra snippers te maken en tijd te verliezen. Bovendien geeft dit extra warmte ontwikkeling en veroorzaakt dit slijtage aan de zaagbladen. Voor parketvloeren raden we aan om een zaagblad met minder maar wel met grovere tanden te gebruiken. Deze herken je aan de indicatie ‘WOOD’. Dit type zaagblad bevordert zowel de doorvoersnelheid alsook de afvoer van zaagstof. Een fijngetand multimateriaal zaagblad wordt aangeraden om laminaat te verzagen. Dit type bestaat uit 48 tot 80 tanden en heeft typisch een ‘W’ tandvorm (‘4TF’ of ‘WS/FA’). Dit zaagblad wordt in het algemeen gebruikt voor harde materialen (zoals plexiglas of samengesteld parket). Het belangrijkste element blijft echter het gebruik van een scherp/geslepen zaagblad. Waarom? Dit zorgt voor een betere doorvoersnelheid, zuivere snede en niet te vergeten veiliger werken. Bovendien is dit een cruciaal punt bij het verzagen van plinten: nooit zagen met een zaagblad wat reeds de ganse plaatsing gebruikt is voor zagen van parket of laminaat!

back to top

Is dit de oplossing voor vochtproblemen?

Dankzij nieuwe technologieën en technieken worden laminaat, parket en vinyl iedere dag beter, stabieler en resistenter. Toch kan er nog steeds blootstelling aan vocht plaatsvinden. Om het probleem goed te kunnen schetsen is het belangrijk dat we een onderscheid maken tussen enerzijds vocht van bovenaf en anderzijds vanuit de ondergrond.

Als eerste bekijken we de problematiek van vocht van bovenaf:

  • Laminaat en Parket zijn hygroscopische producten, dit wil zeggen dat ze vocht kunnen opnemen door bijvoorbeeld te nat te kuisen, met als gevolg dat de laminaat of parket op termijn kan gaan zwellen of vervormen. Oplossing? Om het risico op zwellen en vervormen te beperken voorziet Quick-Step de HydroSeal- en Protect+-technologie op respectievelijke onze laminaat- en parketvloeren. Maar ook een correcte plaatsing op een vlakke en stabiele ondergrond, zonder beschadiging van de klikverbindingen, zijn noodzakelijk om schade te voorkomen. Oneffenheden werken namelijk kieren en naden in de hand, waarlangs vocht kan binnendringen.
  • LVT is een thermoplastisch product en reageert niet op vocht. Er blijft echter wel een risico bestaan dat het vocht doordringt van bovenaf, dit langs de klikverbindingen of langs de randen van wanden en obstakels.
  • Het vocht of de droogte van bovenaf kan ook een belangrijke andere oorzaak hebben. Namelijk de relatieve luchtvochtigheid (Relative Humidity, RH). Deze factor kunnen we moeilijk in de hand houden. Bijvoorbeeld het verschil in RH tussen zomer en winter. Het is belangrijk om binnen in de woning ervoor te zorgen dat er geen extreme schommelingen zijn van de RH. Ideaal bevindt de RH zicht tussen de 45 en 65%. Indien het RH hoger is zal de laminaat- of parketvloer vocht opnemen om in evenwicht te komen en zal deze vocht afgeven als het RH te laag wordt. Op LVT heeft de RH echter zo goed als geen invloed.

Vervolgens bekijken we de problematiek van vocht uit de ondergrond.

  • Vooral bij renovaties is er sprake van vocht uit de ondergrond. Oudere woningen werden doorgaans opgetrokken zonder dampscherm in de constructie. Oplossing? Een dampscherm onder de vloer plaatsen, maar dit zal doorgaans geen blijvende garantie bieden. In dergelijke situaties moet men eerst op zoek gaan naar de oorzaak en daarna moet het probleem constructief worden opgelost.
  • In onze sector hebben we echter het meest te maken met restvocht in de constructie. Dit kan een chape (cementgedragen, anhydriet, beton, …) of een bestaande bevloering zijn (tegels, gietvloer, plankenvloer, OSB, …). Oplossing? Het is belangrijk de normwaarden te respecteren, gelijk voor alle productcategorieën.
  • Cement: zonder vloerverwarming: 2.5%CM / met vloerverwarming: 1.5%CM
  • Anhydriet: zonder vloerverwarming: 0.5%CM / met vloerverwarming: 0.3%CM

CM waarden worden gemeten aan de hand van een Carbid meting. Dit is een destructieve meting wat wil zeggen dat er gehakt moet worden. Daarom opteren velen voor een impedantiemeting (vb. Tramex). Deze is niet destructief, maar blijft indicatief.

Bij laminaat en parket probeert de vloer terug in evenwicht te raken met de ondergrond en kan deze zwellen of vervormen. Oplossing? Vermits we te maken hebben met restvocht kan je met een ondervloer met dampscherm of een 2K dampscherm een beperkt teveel aan vocht onderdrukken. Wanneer je helemaal wil zeker zijn kan het plaatsen van de plinten op een later tijdstip een langere evacuatie van restvocht een optie zijn.

Van LVT is geweten dat het geen last ondervindt van vocht, maar restvocht in de constructie, of vocht wat onder gesijpeld is, kan voor problemen zorgen. De reden is heel eenvoudig, vocht verandert onder invloed van zonnestralen in damp. Deze zoekt langzaam zijn weg doorheen de klikverbinding en bij felle zonnestralen kan de opgehoopte damp de vloer opduwen. Bij een verlijmde plaatsing kan het vocht tevens de verlijming afbreken.

Vocht is dus geenszins een te verwaarlozen factor. Het is zeer belangrijk om hiermee bezig te zijn en de nodige maatregelen of voorzorgen te treffen.

back to top

Hoe installeer je perfect én sneller?!

De perfecte installatie vertrekt bij een juiste vloerenkeuze. Als je gevraagd wordt om een vloer te plaatsen die niet geschikt is in een bepaalde situatie, dan is dat om problemen vragen. De vloerenwijzer helpt je om in kaart welke vragen u moet stellen om zeker geen foute productaanbeveling te maken (must checks).

Als de productkeuze aansluit bij de wensen en noden van de klant, sta je voor een nieuwe uitdaging. Welke legrichting kies je best? Hoe ga je best om met moeilijkheden en obstakels? Waar denk je best op voorhand al even over na, om later niet verrast te worden?

De standaard leginstructies die bij onze vloeren worden voorzien, zijn een zeer goede basis maar als Master Installer kunnen jullie het verschil maken!

  • De ondervloer: eens de voorbereidende werken aan de basisvloer zijn afgerond, kan de ondervloer worden geplaatst. Deze moet NIET haaks op de uiteindelijke vloer geplaatst worden, dit heeft geen meerwaarde. Een ingebouwd dampscherm moet wel steeds aan de bovenzijde liggen om accidentele perforaties te vermijden.
  • Plaatsingsrichting & obstakels: dankzij Uniclic/Uniclic is het mogelijk, om tijdens de plaatsing, de legrichting te wisselen. Links – rechts of rechts – links, evenals voor – achter of achter – voor. Toch kan je het plaatsingsgemak sterk beïnvloeden door steeds aan de moeilijkste zijde of aan het obstakel te beginnen. Zo kan je bijv. bij radiatorpijpen de planken zo uitpassen dat deze in een kopse en/of langse naad vallen. Zo zien we soms dat een bepaald legpatroon moet gerespecteerd worden waardoor er finaal een betonnen pijler niet kan worden uitgewerkt. Doorzagen en kleven met silicone helpt in dit geval niemand vooruit. Als Master Installer kan je natuurlijk een groef frezen en een veer inlijmen, maar dat vraagt skills en extra tijd.
  • Parallel met de wand & meerdere kamers: een mooie strakke wand krijgen we maar zelden voorgeschoteld en dan kan het nog zijn dat de legrichting niet parallel loopt met deze wand. Uit esthetisch oogpunt lopen de planken in de langse richting naar de lichtinval, omdat zo het aantal naden wordt verminderd en de kamer ruimer oogt. Finaal heeft dit echter geen belang voor de sterkte van de vloer en heeft de klant het laatste woord. Doorgaans worden meerdere kamers en de gang met dezelfde vloer afgewerkt en dan kan de legrichting door andere factoren bepaald worden dan een wand van de kamer. Wanneer de deuren open staan willen we sowieso dat de naden netjes in mekaar lopen en dan is het uitzetten van een richtsnoer geen overbodige luxe. Deze lange lijn kan in sommige gevallen ook je startlijn worden. Wanneer dan een drie tot viertal volle rijen langs die lijn geplaatst zijn kunnen we de gehele partij nog wat uitrichten alvorens uitzettingsblokjes te plaatsen. Vanaf hier kunnen dan zelfs 2 plaatsers elk in een andere richting verder werken.
    Tip: plaats steeds een paar referentiepunten op de wanden. Deze blijven tijdens de volledige plaatsing zichtbaar, wat niet het geval is bij markeringen op de ondervloer.
  • Afwerking: en ander niet te verwaarlozen topic is de finale afwerking van de vloer. Dit lijkt voortijdig maar is zeker bij de opstartfase van cruciaal belang. Komen er plinten? Wat is de dikte? Waar worden uitzettingsvoegen en profielen ingepland? Welk type? Wat met aanpassings-, overgangsprofielen? Stel je maar eens voor dat na de plaatsing de voorziene uitzettingen te krap, maar vooral te breed zijn! Of dat de clips die je wenste te gebruiken voor bevestiging van de plinten niet werden geplaatst.

Door op al deze zaken te letten, maak je als Master Installer zeker het verschil!

back to top